Rotterdam

Over de Beurs van mijn Vader

Op de schippersbeurs in Rotterdam was mijn vader bevrachter voor de Nederlandse Particuliere Rijnvaartcentrale. Deze NPRC was opgericht in de 30er jaren en was een organisatie die bemiddelde en voorzag in goede voorwaarden voor verladers en schippers. Wat dat betreft had ze als organisatie iets associatiefs (dat merkte ik later toen ik met de sociale driegeleding in aanraking kwam). En ze regelde met toewijding en kwaliteit het in opdracht gegeven vervoer van zeeboot tot losplek ergens op de Europese rivieren en vice versa.

De Beurs

Daar waar je vader werkt, dat is als je kind bent altijd een bijzondere plaats. En in mijn geval was het wel een heel bijzondere plaats.

Onze woning lag aan een groot trappenhuis aan de Pannekoekstraat. Anderen vonden dat vaak een vreemde maar attractieve naam. Zo klein als onze woning was, iets wat door mij als kind natuurlijk helemaal niet zo beleefd werd, zo groot was de werkplek van mijn vader. Het was de wereld!

Met 5 minuten lopen en dus tussen de middag warm eten thuis bracht mijn vader het grootste deel van zijn werkdag door aan de beurs in Rotterdam. Op de rand van de Schippersbeurs en de algemene beurs stond in die jaren een groot glazen kantoorhok, toegankelijk vanuit de hele beurs. Het werd – dat laat zich raden – het aquarium genoemd.

In het aquarium was met een soort van balie/toonbank nog een lichte poging tot ruimtelijke indeling gedaan. Om iets van een onderscheid tussen front en backoffice te creëren. Waar in de praktijk de binnengekomen en breed gesticulerende schippers in het vuur van hun betoog zich dan toch weer weinig gelegen aan lieten liggen.

Op de Gispen bureaus stonden schrijfmachines, perforators, postzegelsponzen, veel asbakken en ventilatoren. Alles voor heavy duty performance.

Mijn vader was er te vinden tussen drie telefoons, die voortdurend en ook vaak gelijktijdig afgingen. Op de bakelieten hoorns (telefoneren was toen nog een vorm van gewichtheffen) zaten schoudersteuntjes, zodat je een toestel op je schouder “in de wacht” kon leggen om de volgende rinkel te bedaren. Verder was er veel levendige communicatie, met de schippers aan de toonbank, maar evenzeer door de openslaande ramen naar de beursvloeren.

Daar kwamen de schippers van boord. Om de volgende lading aan te gaan. Zodat we allemaal zouden kunnen blijven eten, zodat de industrie langs de hele Rijn door zou kunnen draaien. Van verlader organisaties die partijen aanboden die met zeeboten aankwamen. Sommige van die goederen werden bemonsterd bijvoorbeeld op de graanbeurs. Dan zag je een zak waar een kommetje in verdween, waarna keurende blikken.

Zeeboot voor de kant betekende altijd dat rond 6.00 uur ’s ochtend de (extra) telefoon afging naast het (opklap)bed thuis. “Gerard, waar moet ik laden?” “Waalhaven pier 6!” Gelijk daarna sliep mijn vader weer in.

Naast de graanbeurs was er ook de verzekeringsbeurs, zodat risico gedeeld werd.

In clubjes stonden zijn daar. Steevast gemarkeerd door een rookpluim erboven. Regelmatig werd een blik geworpen opzij: naar rijen soort van hokjes ter grootte van een paskamer. Dat waren telefoon/ werkhokjes van organisaties. Een forse rij lichtjes erboven, met meer kleuren en lampen dan in een stoplicht. Deze stonden te schijnen en te knipperen en gaven met name aan: dat er telefoon was. Vooral bij de oranje lamp zag je ze rennen, dat was kennelijk hun baas.

De beursvloer had een ruimtelijk patroon van veelhoekige donkergrijze Noorse graniettegels. De insider, beursdirecteur Pfund, onthulde ons later “van negen in elkaar grijpende veelhoekige tegels in een herhalend patroon.” Het was niet te ontdekken. Toen in de vijftiger jaren een stukje van de verzekeringsbeurs moest veranderen, wat ook de vloer betrof, was dit ambacht niet meer voorhanden. Pfund liet ons een poging zien met brede onregelmatige voegen.

Het maakte op mij een onvergetelijke indruk, deze samenhang. De galm van de gesprekken ijlde op vreemde wijze na in de stijlvolle betonnen dakkoepel met de merkwaardige ronde ruitjes  en lampen als van lantaarnpalen.

Met mijn vader op geheimzinnige wijze als hart van dit geheel.

Marien Faasse, oktober 2006 update voorjaar 2025

NB. Om de beurs zat een uitgebreid netwerk van cafés. De vergaderingen van Scheepvaart- amusements-vereniging Ahoy waar mijn vader oprichter en voorzitter van was begonnen ook altijd daar.

Het aquarium… hoef je niet meer te gaan bezichtigen, de laatste dag dat er in gewerkt is, voorjaar 1986, was de laatste werkdag van mijn vader voor zijn pensioen. Het was ook het einde van de Noorse tegels, die maakten plaats voor Romeinse rechthoeken. Men vergiste zich dat kantoren op een huiskamer moesten gaan lijken en niet meer op… de Wereld.

Het is met hem verdwenen en er verdween een tijdperk.

De twee-eenheid tussen mijn vader en zijn werkplek die ik als kind gevoeld had werd bevestigd.